Blogs

Onzichtbare schade: Gevolgen van mensenhandel voor kinderen van slachtoffers

Geplaatst op 24-02-2017 door Bess Doornbos (0 reacties)

Het Centrum Kinderhandel Mensenhandel (CKM) heeft februari uitgeroepen tot West-Afrika maand. Aan slachtoffers van mensenhandel afkomstig uit deze specifieke regio is aandacht besteed waarbij vooral de straf- en verblijfsrechtelijke procedure centraal stond. Middels deze blog wil ik een ander onderwerp belichten, namelijk het welzijn van de kinderen van de slachtoffers van mensenhandel.

In het rapport ‘Kwetsbaar, buiten beeld en in onzekerheid’ werden de psychische problemen, de culturele achtergrond en de juridische positie van de vrouwen verkend. Uit dit dossieronderzoek bleek dat de (West) Afrikaanse slachtoffers van mensenhandel die bij Fier worden opgevangen veelal vroegkinderlijk getraumatiseerd zijn. Dat wil zeggen dat zij op jonge leeftijd én vaak op structurele wijze geconfronteerd zijn met verwaarlozing, seksueel en/of lichamelijk geweld. Ervaringen van mensenhandel in Europa komen daar nog boven op en resulteren regelmatig in een complexe post-traumatische stressstoornis (complexe PTSS). De behandeling van deze psychische problematiek vereist langdurigheid en stabiliteit. Beide factoren worden de vrouwen van Fier doorgaans niet gegund. Een web van schaamte, schuldgevoelens, verplichtingen en verantwoordelijkheden naar de eigen gemeenschap, ideeën over bovennatuurlijke represailles (o.a. voodoo) en een onzekere procedure waarin de slachtoffers geen erkenning krijgen voor wat hen is aangedaan, creëren de ongunstige omstandigheden waarbinnen aan psychisch herstel gewerkt wordt. Zoals door behandelaren binnen Fier wordt opgemerkt is dit een oneerlijke strijd. Wat voor invloed heeft deze psychische en juridische kwetsbaarheid op de opvoeding en op de omstandigheden waarin kinderen opgroeien?

Bijna twee-derde van de 32 vrouwen die deel uitmaakten van het dossieronderzoek dat Fier uitvoerde bleken één of meerdere kinderen te hebben. Zes vrouwen hadden bij vertrek uit het land van herkomst afscheid moeten nemen van hun kinderen en vijf vrouwen leefden nog steeds gescheiden. In de helft van deze gevallen werden de vrouwen op minderjarige leeftijd voor het eerst moeder. Verder leidden de gedwongen seksuele contacten tijdens de mensenhandel bij acht vrouwen tot een voldragen zwangerschap. Twee meiden daarvan waren minderjarig op het moment van geboorte. Nog eens drie vrouwen meldden een abortus of miskraam tijdens de uitbuitingsperiode. Ten slotte, werden zes vrouwen ‘pas’ na de uitbuitingssituatie voor de eerste keer moeder. Deze zwangerschappen zijn dus geen direct gevolg van mensenhandel. Toch kunnen er vraagtekens geplaatst worden bij de omstandigheden waarin het seksuele contact plaatsvond omdat ervaringen met seksueel geweld het beeld van een veilige, prettige en stabiele (seksuele) relatie kunnen aantasten.

Zwangerschap van de mensenhandelaar, een voormalige klant of onder andere dwingende omstandigheden, kan de vrouwen in tweestrijd brengen: een baby is zowel het object van liefde als van afkeer. Het kind kan dan ook allerlei reacties bij hun moeder oproepen. Eén van de vrouwen die bij Rena opgevangen is, is tijdens de uitbuitingssituatie bevallen. Haar mensenhandelaar gaf het kind een naam. Op deze manier blijft het kind geassocieerd met het mensenhandel verleden. Maar ook op minder directe manieren, kunnen er negatieve ervaringen opgerakeld worden. Aanraking van het kind kan bijvoorbeeld aan situaties van ongewenst lichamelijk contact doen herinneren. Het kind kan de uiterlijke kenmerken hebben van de mensenhandelaar. Aan de andere kant zijn de kinderen ook een bron van steun voor de vrouwen. Het bestaan van de kinderen geeft de vrouwen weer een doel in het leven en biedt hen hoop en troost. Dit kan openingen bieden voor behandeling maar kan ook een extra bron van zorgen zijn.

Naast de ambivalentie die de vrouwen zelf ervaren, zijn er ook zorgen vanuit de hulpverlening over de opvoeding van de kinderen. Ouders halen hun ideeën over ouderschap deels uit hun eigen ervaringen, ook als dit een belaste geschiedenis is. Als de moeders zelf verwaarloosd zijn in hun jeugd, kunnen ze mogelijk moeite hebben met de eigen kinderen liefde te tonen. Ouderschap is ook afhankelijk van de huidige omstandigheden. Als er sprake is van extreme stress in het leven van de ouders (zoals door een langdurige verblijfsrechtelijke procedure), zullen ze waarschijnlijk minder aandacht kunnen opbrengen voor hun kinderen. In de eerste paar jaren van het leven wordt de basis gelegd voor de cognitieve, sociale en emotionele vermogens van kinderen. Als ‘beschadigde’ ouders gedurende deze jaren niet in de basisbehoeften van een kind kunnen voldoen kan een gezonde ontwikkeling van het kind worden ondermijnd. Er is dan sprake van intergenerationele overdracht: problematiek die van ouders op kinderen wordt doorgegeven. 

In het rapport van Fier werd de kwetsbaarheid, de onzichtbaarheid en de onzekerheid van de groep (West) Afrikaanse vrouwen beschreven. Bij het in kaart brengen van deze drie thema’s, is het belangrijk te beseffen dat niet alleen de vrouwen zelf met de nasleep van (seksuele) uitbuiting kampen. Eventuele schade beperkt zich niet alleen tot de moeders, maar kan ook invloed hebben op de kinderen die zij grootbrengen. Deze jongste indirecte slachtoffers mogen niet vergeten worden. Kwetsbaarheid eindigt namelijk niet bij het slachtoffer maar kan ook doorgegeven worden aan de volgende generatie(s).

Bess Doornbos
Onderzoeker Fier

Naar overzichtKijk ook op mensenhandelweb.nl

Reacties

Plaats een reactie