Blogs

De aanpak van de seksuele uitbuiting binnen het West-Afrikaanse milieu vereist een aangepaste interventie!

Geplaatst op 22-02-2017 door Externe auteurs (0 reacties)

De strijd tegen het fenomeen van de seksuele uitbuiting is geen sinecure. De politiediensten zullen – mede door: het wantrouwen vanwege de slachtoffers in hun diensten, de vrees voor fysieke represailles vanwege de uitbuiters, de psychische dwang waaronder de slachtoffers permanent gebukt gaan, de precaire situatie waarin de slachtoffers verkeren – voldoende inventief, creatief, overtuigend en volhardend moeten zijn om dergelijke dossiers tot een goed einde te brengen. Dit geldt des te meer voor de dossiers binnen het West-Afrikaanse milieu, waar de moeilijke toegang tot de slachtoffers, de vrees voor de voodoo, het bestaande cultuurverschil en de ontbrekende samenwerking met het land van herkomst, deze opdracht des te moeilijker zal maken.

De impact van West-Afrikaanse daderorganisaties is zeker niet te onderschatten. De problematiek is dan ook met de jaren niet verminderd, maar zelfs toegenomen. Zo stellen wij vast dat de instroom blijft voortbestaan en dat de problematiek zich vanuit de grote agglomeraties uitbreidt naar de kleinere provinciesteden  over het ganse land. Bovendien worden de meisjes, naast hun vroegere inzet in de straat- en raamprostitutie, nu ook in toenemende mate in de “private en verdoken” prostitutie geplaatst.  Ook het grensoverschrijdend karakter van het fenomeen vereist een grote internationale samenwerking en aanpak. Tenslotte is de vaststelling dat slachtoffers - na de vermeende terugbetaling van hun “reis” door hun activiteiten binnen de prostitutie (ongeveer 45.000 US dollar) -  vaak zelf op hun beurt andere slachtoffers gaan uitbuiten.

Hoewel de onderzoeksvoering in het kader van de seksuele uitbuiting binnen het West-Afrikaanse milieu vaak niet veel verschilt van deze binnen de andere milieus, is de benadering en het contact met deze meisjes vaak verschillend. In tegenstelling tot de slachtoffers van Oost-Europese origine waar het voor de politiediensten het nog altijd relatief mogelijk is om contact te leggen en gestadig het vertrouwen in te winnen, is dit veel moeilijker of zelfs totaal onmogelijk binnen het West-Afrikaanse milieu. Dit impliceert dan ook dat onze wijze van handelen hieraan dient te worden aangepast. Het volgende principe zal dan ook worden toegepast: indien het potentiële slachtoffer onze toegang weigert, dan zullen wij dit noodzakelijke contact opleggen. Concreet kan dit gebeuren naar aanleiding van hetzij een punctuele controle of hetzij een grootschalige geplande operatie, waarbij - op basis van de bestaande wetgeving inzake het verblijfsrecht - het contact met het slachtoffer wordt afgedwongen. Naar aanleiding van deze tussenkomsten op het vlak van administratieve politie, zullen wij dan ook proberen om het slachtoffer te overtuigen uit de prostitutie te stappen en met justitie/politie samen te werken. Deze interventies gebeuren zowel in het kader van de algemene beeldvorming als in het kader van lopende gerechtelijke onderzoeken.

Het bekomen van een verklaring vanwege het slachtoffer is om welgekende redenen niet altijd evident. De beeldvorming is dan ook een enorm belangrijke tool voor de eventuele opstart en vooruitgang van lopende dossiers binnen deze materie. De geregelde aanwezigheid op het terrein, waarbij zowel vaststellingen worden gedaan als informaties worden ingewonnen, zal hiertoe zeker bijdragen. Voor de aanpak van de problematiek hebben wij binnen onze dienst geopteerd voor de oprichting van een specifiek team “gemotiveerde en geïnteresseerde onderzoekers”, dat zich – behoudens andere operationele noodzaak – quasi exclusief met de problematiek van de seksuele uitbuiting binnen het West-Afrikaanse milieu bezighoudt.

Typerend is tevens dat slachtoffers (lees tevens criminele organisaties) het contact met de politiediensten vermijden. Dit impliceert dat de onderzoekers tijdens het “opgelegde” contact met de slachtoffers, de gemiste periode voor het inwinnen van het vertrouwen en het overtuigen om eruit te stappen, in een versneld tempo zullen moeten inhalen. Dientengevolge biedt het onmiddellijke verhoor van het slachtoffer, zoals in andere materies wordt gedaan, geen garantie op succes. Om enig positief resultaat te bekomen, zal het verhoor in deze gevallen dan ook moeten worden voorafgegaan door een voorbereidende fase, waarbij de onderzoekers zullen proberen om het slachtoffer te overtuigen om eruit te stappen en met politie/justitie samen te werken. Dit lukt soms, doch zeker niet altijd. Niettemin loont elke poging de moeite. Het werken met “gemotiveerde onderzoekers voor de materie” verhoogt dan ook uiteraard de kans op een positief resultaat.

Vermeldenswaardig is tevens onze samenwerking met de drie gespecialiseerde opvangcentra voor slachtoffers van mensenhandel en -smokkel. De slachtoffers, die aarzelen om al dan niet met justitie/politie samen te werken, kunnen gedurende een reflectieperiode van 45 dagen rustig nadenken over het al dan niet afleggen van een verklaring jegens hun uitbuiters. Deze centra staan dan ook in voor de opvang en verdere begeleiding van de slachtoffers, die kiezen voor het wettelijk voorziene statuut “slachtoffer mensenhandel”. Deze samenwerking tussen: justitie, politiediensten, gespecialiseerde opvangcentra en de Dienst Vreemdelingenzaken streeft twee doelen na: enerzijds het bevrijden van het slachtoffer uit haar precaire situatie en anderzijds het stoppen van de uitbuiters door de dadergroepering te ontmantelen.

Patrick Bourgeois
Diensthoofd 2de Opsporingsafdeling van de Federale Gerechtelijke Politie Brussel - Deze afdeling voert onderzoeken in de volgende domeinen: mensenhandel, mensensmokkel en documentenzwendel

 

Naar overzichtKijk ook op mensenhandelweb.nl

Reacties

Plaats een reactie